
De koningsgek
Een ‘pias van het royalisme’, een ‘koningsgek’. Zo werd de excentrieke conservatief Frederik baron van Hogendorp door zijn vijanden genoemd.Meer dan wie ook in negentiende-eeuws Nederland wist de ‘koningsgek’ zich door afkomst en traditie nauw met de monarchie verbonden. Hij was een kleinzoon van Gijsbert Karel graaf van Hogendorp en van Leopold graaf van Limburg Stirum, twee leden van het beroemde Driemanschap dat in 1813 na de nederlaag van Napoleon de soevereiniteit aan de erfprins van Oranje had aangeboden. Zelf was hij bevriend met de oudste zoon van koning Willem III, de in 1879 in Parijs overleden ‘Wiwill’.
Frederik van Hogendorp kreeg bekendheid als schrijver toen hij in 1884 na omzwervingen in Zuid-Afrika, Canada en Frankrijk in Nederland was teruggekeerd. In zijn aanvankelijk in het dagblad Het Vaderland verschijnende feuilleton ‘Haagse omtrekken’ liet hij zich niet alleen kennen als een compromisloos verdediger van het koningshuis, maar ook als een scherpe, soms geestige criticus van de vervagende grenzen tussen hoge en lagere standen – de democratische en nivellerende tijdgeest waar ook andere aristocraten over klaagden, maar dan wel bedaagder en met minder literair gevoel. Aanvankelijk ondertekende hij zijn stukken als ‘Damas’, een verwijzing naar de vijftiende-eeuwse ridder Damas van Hogendorp die hij als zijn voorvader zag.
Een groots moment beleefde hij in september 1887, na zijn aanstelling tot hoofdredacteur van het conservatieve Dagblad van Zuidholland en ’s-Gravenhage. In een spraakmakend artikel keerde hij zich tegen het gebrek aan decorum dat het publiek in de Franse Schouwburg in Den Haag tentoonspreidde. Mannelijke bezoekers verschenen nog maar zelden in rokkostuum tijdens voorstellingen en ook de dames betraden de zaal nauwelijks meer in avondtoilet. Van Hogendorp liet het niet bij een klaagzang. Hij stelde voor de wekelijke donderdagavondvoorstelling voortaan als galavoorstelling aan te wijzen. Het pleidooi kwam hem op veel kritiek te staan, maar verrassend genoeg voelden de hogere kringen zich wel degelijk aangesproken door de reprimande van de aristocraat.
De eerstvolgende donderdag verschenen veel heren en dames in avondtenue in de schouwburg. De ster van Frederik van Hogendorp alias Damas straalde echter maar kort. In het voorjaar van 1889 kreeg hij een zenuwinzinking en probeerde hij tot rust te komen in een kuuroord te Wiesbaden. Nauwelijks hersteld keerde hij zich in zijn eigen krant ongekend fel tegen het voornemen van de autoriteiten om in een vijver in het Haagse Bos een verlichte stellage te bouwen die de Eiffeltoren moest voorstellen. Het meer dan driehonderd meter hoge smeedijzeren symbool van de wereldtentoonstelling van1889 was net geopend en bedoeld als een eerbetoon aan het eeuwfeest van de Franse revolutie. Voor Van Hogendorp was het een ‘bouwwerk der imbeciliteit’. In zo mogelijk nog heftiger termen uitte hij zich over de stellage in het Haagse Bos. Dat bouwsel was een giftige champignon, een paard van Troje en een provocatie aan het adres van de Oranjes die honderd jaar eerder als gevolg van de revolutie naar Engeland hadden moeten vluchten. In een koortsachtige roes probeerde hij een nationaal ‘Prinsessefeest’ op touw te zetten, ter ere van de negende verjaardag van prinses Wilhelmina. Hij oogstte voornamelijk spot en hoon. Frederik van Hogendorp was krankzinnig geworden, schreven zijn vijanden.
Nog in de nazomer stierf hij in een gesticht vlakbij Bonn, maar net 46 jaar oud. De pers had moeite zich niet over te geven aan leedvermaak. Als sterven ooit gewin is, stelde het socialistische dagblad Recht voor allen, dan is dat nu het geval.Hiertegenover stonden vele fanboys die het verlies betreurden van een groot schrijver en een fijnbesnaard, ridderlijk hart. De Nederlandsche Leeuw herdacht hem met een wapenkwartierstaat, hoogstpersoonlijk getekend door voorzitter Jan Carel van der Meulen.
De aanval op de giftige champignon in het Haagse Bos was een dramatisch sluitstuk van een leven geweest dat de bewonderaars in hun in memoriam het liefst wegmoffelden. De gênante episode laat echter de tragiek zien van de radicale conservatief, die steeds sterker in conflict met zijn eigen tijd raakt en met toenemende angst naar de toekomst kijkt. Dan resteert slechts de troost in de geschiedenis. Frederik van Hogendorp zocht die in de mythische band tussen natie en monarchie en de eigen oude adeldom.
Zeker wat dat laatste betreft vergiste hij zich. Genealogen rekenen de ridder Damas inmiddels niet meer tot de stamreeks Van Hogendorp. Het verleden is een gammele schuilhut. Zeker voor wie er troost in zoekt.
Reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste.
Inloggen om te reageren
Heeft u nog geen account?
Reacties worden beoordeeld voordat ze worden gepubliceerd.